DS-Rituelen zijn licht prikkelende beschouwingen over dagelijkse observaties binnen de wereld van Franse klassiekers, de Citroën ID en DS in het bijzonder. Geschreven uit liefde voor automobiele cultuur. Reageren kan naar de online redactie: webredactie@citroeniddsclub.nl
De geopende motorkap
Wie een willekeurig oldtimertreffen bezoekt, zal vroeg of laat op hetzelfde tafereel stuiten. Nog voordat de koffie is ingeschonken, staan ergens een of meer ID’s of DS’en met de motorkap geopend. Zodra er ook maar eentje opengaat, verzamelt zich een kleine groep mannen. Meestal van gevorderde leeftijd met grijs of geen haar. De handen gevouwen op de rug, het hoofd licht voorovergebogen. Soms de handen in de zakken. Vervolgens begint het staren.
Voor marketeers is een geopende motorkap ongeveer het slechtst denkbare beeld. Een auto hoort te rijden, te glanzen en verlangen op te roepen. Een open motorkap vertelt juist het tegenovergestelde verhaal. Er is iets mis. Er moet iets gerepareerd worden.
Toch lijkt binnen de oldtimerwereld precies het omgekeerde te gelden. Daar vormt de geopende motorkap geen teken van falen, maar van betrokkenheid. Zij nodigt uit tot beschouwing. Niet zelden zelfs tot contemplatie. Wat er precies wordt bekeken, blijft voor buitenstaanders vaak onduidelijk. Er gebeurt immers niets. Een motorruimte is geen schilderij van Rembrandt. Zij verandert niet wanneer je langer kijkt. Toch staan de aanwezigen er soms minutenlang naar te turen alsof zich tussen hydrauliekpomp en carburateur een diepere waarheid bevindt. Misschien kijken zij ook niet naar de techniek. Misschien kijken zij naar elkaar, zonder elkaar aan te kijken.
De socioloog zou hierin moeiteloos een ritueel herkennen. De geopende motorkap fungeert als kampvuur. Zij creëert een plek waar mensen samenkomen zonder dat daar een expliciete reden voor nodig is. Niemand hoeft iets te zeggen. De aanwezigheid alleen al is voldoende. De motorruimte legitimeert het samenzijn. Dat wordt nog duidelijker wanneer de fotograaf verschijnt. Kijk een willekeurig clubblad door en het patroon wordt zichtbaar. We zien zelden gezichten. Zelden emotie. Zelden interactie. Wat we zien zijn ruggen. Veel ruggen. Ruggen die naar motorruimtes kijken.
Dat is opmerkelijk. Want fotografie is nooit een neutrale registratie van de werkelijkheid. Elke foto vertelt een verhaal over wat een gemeenschap belangrijk vindt. Families fotograferen elkaar. Sportclubs fotograferen prestaties. Vakantiegangers fotograferen herinneringen. Wij fotograferen mannen die naar een geopende motorkap kijken. Niet de ontmoeting, maar het object. Niet de mens, maar de machine.
Roland Barthes schreef ooit dat foto’s niet alleen tonen wat er op het beeld staat, maar ook onthullen wat een cultuur de moeite waard vindt om vast te leggen. In dat opzicht vertellen de talloze foto’s van geopende motorkappen misschien meer over onszelf dan over onze auto’s.
Want waarom zien we zo weinig gezichten? Waarom zo weinig gesprekken? Waarom zo weinig plezier? Onze bijeenkomsten zitten er immers vol mee. Misschien omdat techniek tastbaar is en emotie niet. Een motorruimte laat zich eenvoudig fotograferen. Enthousiasme, vriendschap en gedeelde herinneringen zijn veel moeilijker vast te leggen.
Daardoor ontstaat een merkwaardige paradox. Op de foto’s lijkt de hobby vooral over techniek te gaan, terwijl zij in werkelijkheid vooral over mensen gaat. Misschien zou de fotograaf daarom af en toe eens aan de andere kant van de motorkap moeten gaan staan. Zodat we de emoties van de kijkers zien. Niet om de auto te bekijken. Maar om te zien wie ernaar kijkt. En dat is een veel betere foto!
Rob Hoen









