Select your language

[gtranslate]

DS Fotomomenten

Een oogwenk voor de eeuwigheid

Tekst Rob Hoen

Als je het begrip fotomoment zou moeten definiëren, denk ik letterlijk aan een moment om foto’s te nemen. Of aan een vooraf gearrangeerde gelegenheid om op de gevoelige plaat vast te leggen. Zoals bijvoorbeeld de jaarlijkse fotosessie met de koninklijke familie die poseert voor fotografen om uiteindelijk verder met rust gelaten te worden. Of het moment dat staatshoofden elkaar de hand schudden voor fotojournalisten. Als aanstaande partners elkaar de ring om de vinger schuiven. Of als Donald Trump triomfantelijk zijn handtekening zet met grillige uithalen onder een nieuw decreet. Zo zijn er nog talloze onderwerpen te noemen die zich lenen voor een fotomoment. Het zijn obligate momenten; vaak erg saai en voorspelbaar. De Citroën DS kent ook zulke fotomomenten. Maar veel interessanter zijn de foto’s die juist net voor of na het beslissende moment gemaakt zijn. Het eigenlijke momentum staat er niet op, maar de foto wordt interessanter omdat het niet geënsceneerd is. Daarmee krijgt de foto meer betekenis.

Afdruk uit het verleden

Fotografie legt met elke opname één moment vast. Zodra de fotograaf op de ontspanknop van de camera drukt, wordt dat specifieke ogenblik bewaard. Een foto legt één bepaald moment vast, maar geeft geen verloop van tijd weer. Het is een stil punt in een voortdurende stroom van gebeurtenissen. Een foto zelf kent geen beweging en kan hooguit een tijdsverloop suggereren. Met het vastleggen van een moment komt de tijd letterlijk tot stilstand en wordt tegelijkertijd geschiedenis geschreven.
Foto’s die het verleden bewaren zijn documenten. Het beeld is helder en overtuigend. We erkennen daarmee de waarde van foto’s om te weten hoe de wereld er vroeger uitzag. Het is letterlijk een afdruk uit het verleden. Omdat een foto afhankelijk is van precies dat ene moment, spreekt het idee van ‘het beslissende moment’ tot de verbeelding. Dat beslissende moment is het moment waarbij sprake is van een vloeiende vereniging van een juist moment in de tijd en een sluitende compositie. Alles staat op de juiste plaats. Iedere fotograaf kiest voor een moment dat het verhaal vertelt. Deze keuze voor dat moment zegt wat over de visie op de gebeurtenis van de fotograaf.

Miljoenste DS

Als beeldredacteur heb ik een hekel aan fotomomenten zoals bij de foto bij de opening van dit artikel. Hier krijgt de uit Lyon afkomstige Parijse student Gilles Delègue op zondag 19 oktober 1969 de sleutel overhandigd van de miljoenste geproduceerde DS aan de Champs Élysées nr. 40. Het is een Citroën DS21 Pallas injection électronique in de kleur Sable Métallisé (AC318) met een oker stoffen interieur. Citroën heeft besloten dat de miljoenste DS verloot zal worden op de autosalon die dat jaar tegelijkertijd in Parijs gehouden wordt.

Delègue wint deze auto omdat hij meegedaan heeft aan een tombola op deze autobeurs, omdat hij een proefrit met een Ami 8 geboekt heeft. Dat levert hem een lot op voor die tombola. Zijn 2CV is versleten en aan vervanging toe.
Het is een obligaat kiekje. Alleen het bosje bloemen ontbreekt. Het is hét moment dat hij de sleutel gekregen heeft. Hij houdt die stevig vast in zijn dichtgeknepen rechtervuist. Het laat dat zien hoe gespannen hij is, nu hij ineens in de schijnwerpers staat. Die sleutel in zijn hand zegt dat de auto van hem is. Het was veel interessanter geweest, als Delègue voor de eerste keer ging zitten op de comfortabele zetels van de auto na het fotomoment, in verwondering om zich heen kijkend en beseft dat die weelde van hem is. Dit is een echte marketing of publiciteitsfoto. Overigens is Gilles Delègue voor de gelegenheid in het pak gehesen door Citroën, want hij kon daar natuurlijk niet in zijn studentenkloffie verschijnen.

Het andere miljoenste moment

Die miljoenste DS is op woensdag 7 oktober 1969 om 10:55 uur van de van de band gerold aan de Quai de Javel. Dat is tegelijkertijd met de Parijse Salon de l’Auto van 1969. Citroën ziet onmiddellijk de publicitaire waarde van dit feit en brengt deze auto nog dezelfde dag naar het Grand Palais om hem daar te exposeren. Het moment dat die miljoenste DS van de band rolt heeft veel meer betekenis en context. Hier zien we werknemers die de auto met wit poetskatoen opwrijven. De televisiecamera van Europe 1 en (foto)journalisten zijn aanwezig en een paar hoogwaardigheidsbekleders van Citroën. Dat is natuurlijk geen toeval. De foto oogt rommelig, de hectiek van het moment is voelbaar. De bewegingsonscherpte versterkt dat. Zo meteen zal de auto naar de Salon de l’Automobile in het Grand Palais gebracht worden.

Het beeld oogt ongeorganiseerd, iedereen lijkt door elkaar te lopen. Het is een chaotisch moment, niemand poseert. En dat geeft de foto veel meer dynamiek dan de eerste, geposeerde foto. En het is een veel belangrijker moment.

De eerste DS uit Aulnay-sous-Bois

Een veel interessantere foto is de eerst geproduceerde DS in de nieuwe fabriek van Aulnay-sous-Bois. Vanaf 23 april 1973 lopen hier de eerste auto’s van de lopende band. Op de foto staat een DSuper, misschien een DSuper5. In ieder geval geen topmodel uit het gamma van de DS. Zo te zien is deze bedoeld voor de export naar Duitsland. Dat zeggen de opvallende zwarte rubberen ringen rond de achterclignoteurs. Die zijn vaker te zien op Duitse DS’en.
De fabriek aan de Quai de Javel, midden in Parijs wordt vanaf 1973 geleidelijk ontmanteld. De locatie voldoet niet meer aan de eisen van de tijd. Dagelijks komen hier meer dan 30.000 arbeiders. Het is als een kleine stad in de metropool Parijs. Door schaalvergroting is deze productielocatie ongeschikt geworden en Citroën besluit de DS-productie onder te brengen op een andere locatie: Aulnay-sous-Bois, net boven Parijs. De fabriek met zijn arbeiders wordt verplaatst. Tot 1975 worden hier nog Citroëns DS gebouwd. Eigenlijk zijn de D-modellen die hier gebouwd wordt een soort proefkonijn voor de productie van de latere Citroën CX. De DS is al in 1973 een uitloopmodel. Het was een van de modernste autofabrieken in Europa op dat moment, met veel geautomatiseerde processen en een nieuw soort logistiek. Citroën wilde hier nieuwe productietechnieken testen, die vervolgens ook op andere modellen toegepast konden worden. Men wilde in ieder geval geen risico nemen met verouderde productieprocessen voor de CX.

Terug naar de foto. Niemand heeft aandacht voor de met een rode guirlande uitgedoste DS. De heren kijken naar de auto daarachter met een geopende motorkap. Dat is een tafereel dat we ook vaak zien op clubevenementen. Voor marketeers zijn foto’s met een geopende motorkop een gruwel. Want het betekent eigenlijk dat de auto defect is, en dat past natuurlijk niet bij het imago dat ze willen uitstralen. Mannen hebben altijd de neiging om onder de motorkap te kijken. Daar ligt gewoon een motor in, meer niet. Het beslissende fotomoment is waarschijnlijk veel eerder geweest.
Nu staat de DS er een beetje verlaten en verloren bij. Als een soort ‘de dag-na-het-feest-tafereel’. Dat maakt de foto interessant om diverse redenen. Na het officiële persmoment begint vaak het échte verhaal. Er zijn een paar redenen waarom dat moment zo boeiend is om te fotograferen.
Tijdens een persmoment poseren mensen bewust, vaak wat stijf of gemaakt. Zodra de camera’s van de pers naar beneden gaan, ontspannen mensen. Je krijgt dan echte emoties, kleine gebaren, blikken die niet geregisseerd zijn. Officiële foto’s zijn altijd in scène gezet: iedereen weet waar hij moet staan, wat hij moet doen. Maar zodra dat voorbij is, valt die controle weg en ontstaan er onverwachte, eerlijke situaties. Direct na het officiële moment komt vaak het besef wat er net gebeurde, wat het betekent. Dat zie je in gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Juist dat moment is kwetsbaar én waardevol. In plaats van het standaardbeeld dat iedereen al heeft, geeft de fotograaf een alternatief perspectief. Je laat zien wat er buiten beeld gebeurt of wat de officiële foto’s juist niet tonen.

De laatste Traction Avant

Heel anders gaat het eraan toe als de laatste Traction Avant van de lopende band komt. Het is 31 juli 1957. Hier wordt het laatste exemplaar – een 11D Familiale – klaargemaakt voor aflevering aan M. Dufour. Dat is een dealer uit Saint-Malo, die de auto persoonlijk komt ophalen.
De foto is op ongeveer dezelfde plaats gemaakt aan de Quai de Javel als waar later de miljoenste DS gefotografeerd is. Het is geen officieel persmoment, maar daarom is er ook des te meer te zien. Het is een bewuste keuze van Citroën geweest. Het markeerde niet alleen het einde van een model, maar ook het einde van een tijdperk voor Citroën zelf. Dit laatste exemplaar werd op een symbolische manier van de band gehaald, met werknemers die afscheid namen van het model dat meer dan twee decennia het gezicht van Citroën was geweest. Hoewel er geen groots mediacircus was zoals bij latere modellen, was het moment bij Citroën intern zeer emotioneel. De Traction Avant had de Tweede Wereldoorlog overleefd, de wederopbouw meegemaakt en Frankrijk motorisch op de kaart gezet. Zijn bijnaam La Reine de la Route was verdiend. En de werknemers wisten dat hiermee iets bijzonders werd afgesloten. Dat is te zien op deze foto, die in alle opzichten deze emotie in zich draagt.

Op de foto zie je geen hoogwaardigheidsbekleders, maar twee Parisiennes die de auto liefdevol oppoetsen, onder het toeziend oog van een man in een witte jas, verantwoordelijk voor de eindcontrole. Mannen in witte jassen maken zich niet vuil. In de achtergrond kijken een aantal medewerkers naar het tafereel. Een bescheiden bloemstukje siert de voorruit. En op de voorbumper staat gewoon fin, ofwel einde. Geen getallen, er zijn ruim 700.000 Tractions Avant gebouwd. Voor die tijd een zeer respectabel aantal. Eens temeer omdat de Tweede Wereldoorlog er nog tussen zit. De foto krijgt nog meer betekenis doordat rechts een paar van de allereerste ID19’s staan. Veel Traction-bezitters zullen later overstappen op deze nieuwe ID19. Een tijdperk sluit af, een nieuwe begint. Het is een foto met betekenis.

De laatste DS

De allerlaatste Citroën DS is een DS23 Pallas injection électronique in de kleur Bleu Delta (AC640) en heeft het nummer 1.330.755 gekregen. Er is geen officieel persmoment. Want de laatste rolt met stille trom uit de fabriek van Aulnay-sous-Bois op 24 april 1975. De verkoopaantallen lopen na 1973 drastisch terug. In dat jaar worden er nog 96.990 DS’en en ID’s gebouwd. In 1974 zijn dat er 40.036 en tenslotte in 1975 nog maar 837. Dat heeft niet alleen te maken met de oliecrisis, maar ook met de komst van de Citroën CX. De vaste klanten wachten op die nieuwe Citroën. En het publiek is zo langzamerhand wel uitgekeken op de ID en DS.

Het is geen officieel afscheid. Er is geen persmoment, geen ceremonie. Het laatste exemplaar rolt relatief anoniem uit de fabriek. De foto toont de arbeiders die hem gemaakt hebben. Geen mediacircus met bobo’s, geen pers of televisieploeg. Ook op andere foto’s uit deze serie. In dat opzicht lijkt de foto met de allerlaatste Traction Avant. Het zijn echte mensen, bijna uit het leven gegrepen. Een fotomoment voor de werknemers zelf. Niet voor marketeers. Een oogwenk voor de eeuwigheid.

Marketing en de miljoenste DS

Is het toeval dat de miljoenste DS samenvalt met de autosalon van 1969 in Parijs? Er zijn sterke vermoedens dat de miljoenste DS mogelijk niet daadwerkelijk het miljoenste voertuig was, maar eerder een symbolisch gekozen model voor marketingdoeleinden. In dit geval is het een Sable Métallisé (AC318) DS21IE Pallas. De kleur is zorgvuldig gekozen omdat deze beter past in de aardse tinten van het interieur van het Citroën-gebouw aan de Champs Élysées nr. 40. Maar Sable Métalissé lijkt op de kleur van goud. Dat heeft ook betekenis. Goud staat letterlijk voor rijkdom. Als iets goudkleurig is, impliceert het luxe, overvloed of waarde. Goud wordt geassocieerd met iets dat perfect of uitzonderlijk goed is. Dát wil het merk uitstralen. Men fluistert dat de echte miljoenste een DS21 in de kleur Bleu Platiné (AC632) was, maar dit krijg ik nergens bevestigd.
Overigens is het wel heel toevallig dat de miljoenste DS gebouwd wordt juist op het moment dat de Autosalon in Parijs plaatsvindt, en niet bijvoorbeeld tijdens de Frankfurter Automobilausstellung of een andere jaarlijkse autobeurs. De Parijse Autosalon is de bakermat van het merk. Citroën organiseert en regelt een thuiswedstrijd, zodat nr. 1.000.000 ook aan een Fransman uitgereikt kan worden. Dan kan je ook veronderstellen dat deze auto zeer waarschijnlijk niet de miljoenste is, maar eerder of later geproduceerd is.
Hoe dan ook, het ceremonieel selecteren van een speciaal model als mijlpaalauto is iets dat veel autofabrikanten doen. Net als bij Citroën kiezen ze bij voorkeur een luxe en opvallende uitvoering in plaats van een kale basisversie. Zo werd in 1966 de miljoenste Volvo Amazon gevierd. Het was een donkerblauwe Amazon 122S. Dat was de sportieve variant met dubbele carburateurs en luxe interieur. Dit was een van de meest geliefde modellen onder het koperspubliek, dus Volvo speelde in op emotie en status. Net als Citroën in 1969 weten autofabrikanten maar al te goed dat de basisuitvoering niet het hart verovert van het publiek of de pers. Zeer waarschijnlijk is de 1.000.000ste een andere auto, misschien wel een ID20 of DSuper. We zullen het nooit weten. Citroën stond er in die tijd om bekend sterk te spelen met imago en presentatie. De DS21 Pallas injection électronique was in 1969 het absolute vlaggenschip van het merk en is daarom de ster geweest op de Salon de l’Automobile in dat jaar.

 

 

Bienvenue